Wonen, Monique Bettink-Pierik

Themamiddag Wonen, 11 februari 2022

foto van Monique Bettink-PierikIn Buren ligt een bouwopgave van zo’n 800 tot 1400 woningen in de komende 8 jaar. De echte uitdaging ligt er echter in dat we voor iedereen betaalbare woningen bouwen. Voor de starter, voor de doorstromer naar een grotere woning en voor de senioren: de doorstromers naar vaak een kleinere woning.

In Buren bestaat 92% van de woningen uit eengezinswoningen, 8% is meergezinswoningen. De kleinere woning is dus zwaar ondervertegenwoordigd. CDA Buren ziet daarom liever een groter aantal kleinere woningen voor zowel de starter als de senior gebouwd worden. Dat brengt onze lokale woningmarkt eerder in beweging dan het bouwen van duurdere grotere woningen.

Het gemiddelde inkomen van een Burenaar is ongeveer 34.700 euro. Een snelle berekening geeft dan aan dat je maximaal zo’n 170.000 euro zou kunnen lenen als alleenstaande starter. Zouden we dus niet gewoon voor de gemiddelde Burenaar moeten bouwen?

In het woningprogramma dat in januari 2021 in de raad vastgesteld is wordt gesproken over vier strategische pijlers:

  • Meer diversiteit in de voorraad met behoud van de ‘dorpse’ kwaliteiten
  • Bouwen voor de jonge doelgroep
  • Bouwen voor de oudere doelgroep
  • Aandacht voor betaalbaarheid en vernieuwing van de sociale voorraad

Diversiteit in bouw, diversiteit in woonvormen, inspelend op de behoefte. CDA Buren heeft niet voor niets al jaren in haar programma ‘bouwen naar behoefte’ staan.

Bouwen naar behoefte of goedkoop bouwen blijkt in de praktijk lastig, grondprijzen, bouwprijzen, winst… voor een projectontwikkelaar geldt natuurlijk dat hij moet bouwen naar behoefte om zijn huizen verkocht te krijgen, maar daarbij kijkt hij niet persé naar de behoefte van de gemiddelde Burenaar. Duurdere vrijstaande huizen met meer grond zijn aantrekkelijk voor de mensen die meer geld te besteden hebben, vaak van buiten onze gemeente. De mogelijkheid om dat soort projecten verkocht te krijgen is dan ook groter dan wanneer je op het scherpst van de snede moet balanceren tussen kostprijs en winstmarge bij het bouwen van kleinere of goedkopere woningen. Logisch dus dat het lastig is om projectontwikkelaars te verplichten ook voor het goedkopere segment te bouwen. Toch heeft de gemeenteraad van Buren hierover een opdracht aan het college gegeven: minimaal 15% van de te bouwen woningen moeten in het goedkopere segment vallen (onder tot 225.000). Iets waar CDA Buren zich hard voor blijft maken in de komende periode. Nu we eindelijk weer bouwen, moet er ook voor iedereen gebouwd worden. De uitgangspunten in het woningprogramma moeten vastgehouden worden en daarop zal het CDA Buren zeker ook controleren.

Een oplossing voor het woningtekort voor de gemiddelde Burenaar kan ook een groot aanbod van sociale huurwoningen zijn,  maar de wachttijden zijn lang en de huurwoningen lijken bijna levensloopbestendig 😉, er komt niet heel vaak wat vrij. Huurprijzen van meer dan 900 euro per maand in de private sector zijn geen uitzondering, ook dat is nauwelijks te doen voor de gemiddelde Burenaar, laat staan voor een starter. Er moeten dus ook betaalbare huurwoningen gebouwd worden.  In het woningprogramma wordt ‘minimaal gelijkhouden van de sociale huur in de voorraad van 20% en streven naar 30% sociale huur in de nieuwbouwproductie’ aangegeven.  En dan ligt er dus ook voor woningbouwbedrijven als Kleurrijkwonen en Thius een opgave. Er zijn inmiddels door de gemeente prestatieafspraken gemaakt met de woningcorporaties. 

Ons huis, ons thuis

Wonen bestaat natuurlijk uit veel meer dan alleen een huis: vier muren en een dak boven je hoofd. Wonen heeft ook te maken met je woonomgeving, met comfort, met thuis zijn. En thuis is een gevoel. Ik zeg altijd ‘ik ben thuis als ik bij de mensen ben van wie ik hou en waar dat huis dan staat, dat is niet belangrijk’. Thuis is veilig zijn, je veilig voelen en je kunnen redden. Thuis heeft ook te maken met voorzieningen dichtbij, met kunnen deelnemen aan de maatschappij, met beschikbare hulp wanneer dat nodig is en met ontmoeten in bijvoorbeeld een dorpshuis, zoals het Klokhuis waar we nu zijn. Een huis is wat we bouwen, een thuis is wat we maken.

Voorzieningen

Voor wie hulp nodig heeft om te blijven wonen in hun thuis of andere hulp nodig heeft, bestaan er mogelijkheden binnen de Wet Maatschappelijke ondersteuning. En dan meteen een compliment aan KleurrijkWonen en Thius voor het meedenken in oplossingen als iemand op WMO-indicatie of eigen wens aanpassingen in een woning nodig heeft. De financiën binnen het Sociaal Domein staan in de gemeente Buren, net zoals bij veel gemeentes in Nederland, onder druk. In de komende twee jaren wordt er flink geïnvesteerd zodat er vanaf 2024 flink bespaard kan worden. Dit kan en mag echter niet ten koste van de kwaliteit van de zorg gaan. En daar gaat CDA Buren natuurlijk op letten.

Een supermarkt dichtbij, de huisarts, een apotheek, de kerk, verenigingen die ervoor zorgen dat je in de maatschappij blijft staan, dat je mee blijft doen, dat je mogelijkheden hebt. Allemaal voorzieningen die onder druk staan. Maar ook allemaal voorzieningen die van belang zijn voor de leefbaarheid, voor het omzien naar elkaar. Maar dat moet dan wel gedragen worden door de inwoners van een kern. Voor het behouden van voorzieningen moet ook een beroep gedaan worden op de inwoners. Een vereniging blijft alleen bestaan als er leden zijn, als er mensen zijn die bereid zijn in een bestuur plaats te nemen. Een supermarkt blijft alleen bestaan als mensen hun boodschappen daar ook blijven doen. Een school heeft bestaansrecht als er voldoende leerlingen zijn. CDA Buren wil met het bouwen in alle kernen ervoor zorgen dat er niet nog meer voorzieningen verdwijnen naar de grotere kernen of steden.

Mobiliteit

Voorzieningen dichtbij kunnen niet altijd gerealiseerd worden en dat hoeft geen probleem te zijn als het vervoer van en naar voorzieningen dan goed geregeld is. Mobiliteit is van belang als je in een plattelandsgemeente woont met kleinere kernen. Mobiliteit speelt een grote rol in zelfredzaamheid en leefbaarheid. In de gemeente Buren is openbaar vervoer een heikel punt. Het aantal bushaltes in de kernen wordt steeds kleiner. Een oplossing in HUB-taxi’s die je van plek A naar een treinstation of de dichtstbijzijnde bushalte brengen valt onder de provincie, daar heeft de gemeente dus niet veel invloed op. We hebben streekvervoer geregeld door vrijwilligers en daar zijn we heel blij mee. Maar om mensen uit de auto en in het openbaar vervoer te krijgen vanuit een duurzaamheidsbesef, moet er nog heel veel gebeuren. Als ik bijvoorbeeld van stadje Buren naar Maurik wil gaan om iets te regelen op het gemeentehuis, dan stap ik in de bus naar Culemborg zodat ik in Zoelmond over kan stappen op de buurtbus naar Maurik. De reis duurt ruim een uur omdat bussen niet op elkaar aansluiten. Met de auto ben ik een kwartiertje onderweg, ik zal in deze situatie dus niet snel het openbaar vervoer gebruiken. Nu ben ik in de gelukkige omstandigheid dat ik daarin een keuze heb. Voor mensen die dat niet hebben betekent niet toereikend openbaar vervoer onmiddellijk minder mobiliteit, minder leefbaarheid. Door voorzieningen te versoberen veroorzaak je soms isolatie en dat kan niet de bedoeling zijn.

Tot slot

Wonen en een thuis hebben wordt op verschillende overheidsniveaus geregeld: landelijk als het bijvoorbeeld om financiële voorzieningen/mogelijkheden en regelgeving gaat, provinciaal als het om mobiliteit en mogelijkheden om te bouwen gaat en gemeentelijk als het om leefbaarheid en welzijn gaat. Een spel dat op drie borden tegelijkertijd gespeeld wordt. Een uitdaging dus omdat niet altijd duidelijk is wat een zet op het ene bord voor effect op het andere heeft. Juist daarom is omzien naar elkaar, landelijk, provinciaal en op gemeentelijk niveau zo belangrijk, niet alleen in de politiek maar vooral ook op het menselijke vlak. Heb aandacht voor elkaar, vertrouw in ieders kunnen en bouw samen aan een samenleving waarin we willen wonen.

Dat is waar CDA Buren ook voor staat, want samen zijn we Buren.